Praktijkverhaal ‘Is ons journaal al af?’
Hoe groep 7-8 van de Mariaschool in de Rotterdamse wijk Spangen extra uitpakt met de eindopdracht van het nieuwsthema 'Nieuws in het nieuws'.
‘Is ons journaal al af?’
Toen leerkracht Sander van Wijngaarden het thema ‘45 jaar Jeugdjournaal’ zag verschijnen in de vernieuwde opzet van Nieuwsbegrip, wist hij meteen: dit leent zich voor meer. ‘De eindopdracht was een nieuwsitem schrijven. Toen dacht ik: waarom maken we niet meteen ons eigen journaal?’
‘Ik hoorde de kinderen actief moeilijke woorden gebruiken als doelgroep, leader en nieuwsitem.’
Van nieuwsbericht tot journaal
Op vrijdagmiddag is het feest. Want iedere vrijdagmiddag heeft de Mariaschool in de Rotterdamse wijk Spangen een kunstdocent in huis, die gespecialiseerd is in video en fotografie. ‘Deze lessen proberen we altijd te koppelen aan een ander vakgebied, zoals wereldoriëntatie, geschiedenis of zoals in dit geval aan leesonderwijs. De kinderen vinden het geweldig.’
De klas werd verdeeld in kleine groepjes:
- een team dat het weerbericht verzorgde
- een team dat de leader maakte
- een groepje dat een interview afnam op school
- een team dat een nieuwsbericht schreef
In de Nieuwsbegrip-les hebben de kinderen de nodige kennis opgedaan, bijvoorbeeld over doelgroepen. Dat kwam allemaal van pas. In de beeld- en fotografielessen werden de scènes gefilmd en gemonteerd. De razende reporters waren wekenlang nieuwsgierig naar het eindresultaat. ‘Ze vragen elke dag: wanneer is ons journaal af? Dat zegt alles.’
Doen wat werkt
Sander merkt zeker verschil, nu de thema's van Nieuwsbegrip twee weken duren. Het is nog te vroeg om het over effecten te hebben, maar Sander verwacht wel dat de resultaten gaan stijgen. Dit komt door de drie winstpunten die hij ziet:
1. De betrokkenheid is groter
Het onderwerp leeft meer in de klas, merkt Sander. ‘Dat geldt voor de leerlingen, maar ook voor het team. Ik kom zelf ook vaker op het onderwerp terug, omdat ik weet dat we er twee weken mee bezig zijn. Als de Winterspelen op televisie zijn, praten de leerlingen er de volgende ochtend meteen over. Ook vind ik het fijn dat de andere tekstsoort nu op dezelfde manier wordt aangeboden als de andere lessen. Het voelt meer als een geheel en vergroot de betrokkenheid.’
2. Nieuwe woorden blijven beter hangen
De Mariaschool heeft veel taalzwakke leerlingen. Woordenschat is dus heel belangrijk. ‘Woordenschat komt terug in de leeslessen én in de opdrachten. Bij de opdracht over het Jeugdjournaal hoorde ik de kinderen actief moeilijke woorden gebruiken als doelgroep, leader en nieuwsitem. Dat gebeurt alleen als ze de woorden begrijpen én toepassen.’
3. Kinderen ervaren het nut
‘De thema's zijn heel concreet en nuttig. Als ze merken dat ze informatie uit een tekst nodig hebben om iets te maken, dan verandert hun houding. Of het nou een geschreven item is of een filmpje: ze letten beter op.’
Bewust kiezen uit het aanbod
Nieuwsbegrip is een complete leesmethode. Daarom is het nodig om bewuste keuzes te maken uit het uitgebreide aanbod. Hoe doet Sander dat? ‘Ik kies altijd voor het filmpje van het Jeugdjournaal, want dan gaat het onderwerp meteen leven. Ook de sleutelvragen doen we, met de extra opdrachten. Ik besteed veel aandacht aan technisch lezen op tempo, omdat mijn leerlingen dat nodig hebben. Voor technisch lezen gebruiken we ook Nieuwsbegrip.’
Leesonderwijs ziet er in de weekstructuur van de Mariaschool zo uit:
- dinsdag: woordenschat
- woensdag: leesles 1 met Jeugdjournaalfilmpje
- donderdag: leesles 2
- vrijdag: technisch lezen
Binnen die structuur maakt het team actieve keuzes. ‘Omdat wij in een wijk werken waar veel kinderen taalzwak zijn of opgroeien met een andere thuistaal, bieden we de woordenschat aan voor het lezen van de tekst. Ik laat de leerlingen niet alle opdrachten doen, maar kies voor de opdrachten die aansluiten bij wat de groep nodig heeft. Opdrachten met een schema of Venn-diagram bijvoorbeeld, omdat de kinderen dat lastig vinden. Dan laten we iets anders vallen.’
‘Ik kies voor de opdrachten die aansluiten bij wat de groep nodig heeft. Een Venn-diagram bijvoorbeeld, omdat ze dat lastig vinden.’
En dat is ook precies de bedoeling van de methode: kiezen wat werkt.
Zo ervaren leerlingen het
Ricardo Mustafov (groep 8) merkt dat hij meer leert nu de thema’s twee weken duren. ‘In de eerste week leren we het lezen. In de tweede week maken we het af en kennen we meer woorden.’ De langere focus helpt: ‘Ik vind dat het zo moet blijven. We krijgen meer informatie over één onderwerp.’
Ook is Ricardo enthousiast over de eindopdracht waarbij ze aan de slag gingen met het Jeugdjournaal. Hij vond vooral het interviewen leuk. ‘Soms moesten we lachen om fouten die we maakten. Als we het opnieuw probeerden, lukte het.’ Het thema Nieuws in het nieuws sprong er voor hem uit, mede door de creativiteit die daarbij kwam kijken. ‘Deze opdracht zou ik nog wel een keer willen doen. Het lijkt me ook leuk om als eindopdracht een eigen tekst te maken.’
Ricardo ziet bovendien dat zijn klasgenoten positief zijn. ‘Ik heb er wel eens met andere kinderen over gesproken. We hoeven minder te wisselen tussen tekst en opdrachten, daardoor bewaren we beter het overzicht.’